(In)stabiliteit INR

De trombosedienst streeft ernaar de INR binnen het therapeutische gebied te handhaven. Dit lukt niet altijd.

Instabiele INR

Bij een lichte over- of onderschrijding van de therapeutische grenzen kan een kleine dosisaanpassing van de vitamine K antagonisten (3-7% van de dagdosis) voldoende zijn. Bij sterker afwijkende of bij herhaling optredende afwijkingen van de INR moet onderzocht worden wat de oorzaak is van de afwijking. Ook kunnen dan sterkere maatregelen nodig zijn ( bijv. een keer een halve dosering of nul tabletten per dag)

Oorzaken van een instabiele INR kunnen zijn:

  • Verminderde therapietrouw
  • Intercurrente ziekte ( o.a. koorts, maagdarmaandoeningen, schildklieraandoeningen)
  • Interacterende medicatie ( o.a. co-trimoxazol, amiodaron, miconazol)
  • Voedingsveranderingen ( vetvrij dieet, vitamine K inname, multivitamine-drankjes)
  • Mobiliteit
  • Stress
  • Alcoholgebruik
  • Genetische aanleg

Zie ook De Kunst van het Doseren Hoofdstuk 5, 6, 7 en 9:
https://www.fnt.nl/kwaliteit/de-kunst-van-het-doseren

Doorgeschoten INR

Van “doorschieten van de antistolling” of een “doorgeschoten INR” wordt gesproken bij een INR ≥ 6.0.
Er kunnen verschillende oorzaken zijn voor het doorschieten van de antistolling:

  • Ziekte van de patiënt (o.a. koorts)
  • Medicatie ( co-trimoxazol, miconazol geven een sterke stijging)
  • Verminderde therapietrouw ( soms wel, soms niet innemen geeft soms flinke uitschieters)
  • Doseringsfouten van doserend arts

Bij een doorgeschoten INR wordt vaak de dosis van die dag niet gegeven en wordt de weekdosering met 10-20% verlaagd. Een volgende INR controle vindt veelal plaats na 3-7 dagen, afhankelijk van de oorzaak van de INR-stijging en de hoogte van de INR. Voor specifieke dosis-adviezen zie De Kunst van het Doseren hoofdstuk 5:
https://www.fnt.nl/kwaliteit/de-kunst-van-het-doseren