Verruiming van periodieke controle van patiënten met antistolling die zelf INR meten

Auteur: Melchior Nierman, Linda Kooter, David van Berlo, Sjoerd Euser, Jeannette Gootjes, Martien Herruer on vrijdag 2 november 2018

Samenvatting

Doel: Beoordelen of het verantwoord is om stabiele patiënten die zelf INR meten jaarlijks te controleren.

Opzet: Retrospectief cohortonderzoek.

Methode: Er werden in totaal 5.081 patiënten geselecteerd bij wie 17.616 duplometingen verricht zijn in de periode van september 2014 tot en met april 2017. De kwaliteit van de duplo-INR-metingen werd geanalyseerd. Daarnaast werd gekeken naar de relatie met patiëntkarakteristieken en behandelduur.

Resultaten: Bij 0,43% (nd =76) van de 17.616 duplo-INR-metingen bleek er een verschil dat groter was dan het maximaal acceptabele verschil van 15% tussen beide INR-metingen. Bij 0,14% (nd =24) van de duplo-INR-metingen bleek het verschil groter dan 0,5 INR te zijn. Bij de afwijkende duplometingen was er geen relatie met patiëntkarakteristieken, de behandelduur en het aantal metingen per jaar.

Conclusie: INR-bepalingen verricht door patiënten met gebruik van de
Coaguchek XS zijn betrouwbaar en veilig. Wij stellen dat wanneer er na een
halfjaarlijkse controle geen afwijking in de duplo-INR-analyse buiten de gestelde
norm is aangetoond, de controle jaarlijks kan plaatsvinden.

Inleiding

In Nederland werd in 2016 door ruim 66.000 patiënten die behandeld worden met vitamine K-antagonisten zelf capillair bloed afgenomen middels een vingerprik voor de controle van de INR (1). De analyse van de INR wordt met behulp van point-of-care (POC)-apparatuur gedaan en deze uitslag wordt aan de trombosedienst doorgegeven, waarna patiënten een doseeradvies ontvangen (zelf meten) of zelf een dosering maken (zelf doseren), samen genoemd zelfmanagement. Om de kwaliteit van zelfmanagement in Nederland te kunnen waarborgen, heeft de Federatie van Nederlandse Trombosediensten (FNT) een zelfmanagementprotocol, waarin alle belangrijke kwaliteitscriteria beschreven staan (1). Bij zelf meten is het essentieel dat de gemeten INR-uitslagen betrouwbaar zijn. Patiënten die zelf meten worden in Nederland daarom minstens twee keer per jaar door de trombosedienst gecontroleerd, de periodieke halfjaarlijkse zelfmeetcontrole.

Een zeer belangrijk aspect bij deze halfjaarlijkse controles is de kwaliteit van de INR-bepaling. De INR-bepaling wordt daarom
tijdens elke controle in tweevoud op het zelfmeetcentrum van de trombosedienst uitgevoerd, te weten eenmaal door de medewerker op het POC-apparaat van het zelfmeetcentrum en eenmaal door de patiënt zelf op diens eigen POC-apparaat. Met deze duplo-INR-meting wordt zowel de pre-analytische als de analytische variatie van de meting gecontroleerd. Cruciaal hierbij is dat de uitslagen van deze duplo-INR-metingen niet te sterk van elkaar verschillen. In het zelfmanagementprotocol van de FNT is de norm voor een adequate duplo-INR vastgelegd en het geaccepteerde verschil tussen beide metingen mag maximaal 15% bedragen (2).

In dit artikel presenteren we alle duplo-INR-bepalingen van alle zelfmeetpatiënten van Atalmedial in de periode van september 2014 tot en met april 2017. Ons doel is om te laten zien dat bij patiënten bij wie de zelfmeting stabiel is, veilig naar een jaarlijkse controle kan worden overgegaan.

Lees meer en download het Artikel.