Patiënten

Uw specialist of huisarts heeft u een behandeling met antistollingsmedicijnen voorgeschreven. Deze medicijnen noemt men ook wel bloedverdunners. Ze zorgen ervoor dat u minder kans heeft op het krijgen van ongewenste bloedstolsels in uw bloedvaten. 

Hij of zij wil daarmee voorkomen dat uw lichaam een levensgevaarlijk bloedstolsel ontwikkelt, een trombose. Heeft u al een vorm van trombose doorgemaakt? Dan krijgt u antistollingsmedicijnen voorgeschreven om uitbreiding en terugkeer van het stolsel te voorkomen. Tijdens de behandeling krijgt uw lichaam dan de kans om het stolsel zelf af te breken of ‘in te kapselen’. U kunt bij verschillende aandoeningen of situaties een verhoogde kans op trombose hebben. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Bij de hartritmestoornis boezemfibrilleren (ook wel atriumfibrilleren genoemd);
  • Na een trombosebeen of longembolie;
  • Na een hart- of herseninfarct;
  • Bij een kunsthartklep.